“Spelen op Wembley is voor mij een once-in-a-lifetime”

Joey van den Berg(32) is terug op de Nederlandse velden. Na zijn Engelse avontuur bij Reading tekende hij afgelopen zomer voor NEC. Over spelen op Wembley, de Keuken Kampioen Divisie en cynische fans.

Tien jaar geleden speelde je bij de amateurs van Alcides in Meppel. Had jij toen gedacht ooit nog profvoetballer te worden?
Nee, ik had de hoop op een profcarrière ook al opgegeven. Ik was al gericht op een sociaal leven, dus werken en geld verdienen. Andere mensen zeiden tegen mij dat het nog zou kunnen maar mijn focus lag al op een maatschappelijke carrière. Ik ben achteraf blij hoe het gelopen is. Toen ik de kans kreeg bij PEC om alsnog profvoetballer te worden moest ik daar voor gaan. Het was voor mij wel duidelijk dat ik beter profvoetballer kon worden dan dat ik een gewone baan moest gaan nemen.

Nu ben je dus actief in de voetballerij, een wereld die volgens jou ‘achter de ellebogen’ is. Had je achteraf toch niet liever voor een maatschappelijke carrière gekozen?

Weet je wat het is, ik heb altijd het idee dat mensen in de voetballerij niet zo oprecht zijn. Als je met anderen bent zeggen ze gelijk ‘weet je wel wie hij is’. Ik heb dat liever niet, ik wil dat mensen gewoon oprecht zijn. Er wordt toch naar je opgekeken omdat je profvoetballer bent, dat vormt geen eerlijke mening. Ik heb veel liever oprechte gesprekken met mensen die je als persoon beoordelen, niet als profvoetballer. Toch ben ik blij met mijn keuze, het spelletje zelf is veel te leuk. Het is ook één van de weinige dingen waar ik goed en gedreven in ben. Ik kan niet zeggen dat ik op maatschappelijk vlak iets had wat ik graag had willen doen.

In die voetballerij heb je al aardig wat Nederlandse clubs achter je naam staan. Aan welke club bewaar jij de beste herinneringen?

PEC Zwolle, zij gaven mij de kans om terug te keren in de voetballerij en de mensen binnen de club hebben erg geholpen bij de stap van de amateurs naar het betaalde voetbal. Daarnaast was de club bij mij om de hoek en ik had een goede band met de supporters, zij gaven mij veel warmte.

Hoe is jouw band met de fans in het algemeen?

Ik heb meestal wel op goede voet geleefd met supporters. Tuurlijk, je hebt er altijd een paar negatievelingen bij zitten, maar dat is niet anders. Zoveel mensen, zoveel wensen. Ik weet nog dat ze bij PEC mijn naam zongen toen ik er terugkeerde met Heerenveen, dat was wel bijzonder. Toch was de band niet anders dan met fans bij andere clubs. Voor mij zijn fans wel een reden om te voetballen, als de tribunes leeg zijn is er ook niks aan.

Die verschillende clubs brachten jou ook meerdere derby’s. Welke is je het meest bijgebleven?

Cambuur – Heerenveen. Cambuur was na lange tijd weer terug op het hoogste niveau, dat gaf toch een extra lading. Er hing toen een bepaalde sfeer in dat stadion. Het jaar erna was het echter al weer minder, die eerste keer was toch specialer. Bij Cambuur leefde de wedstrijd naar mijn idee ook meer dan bij Heerenveen.

Je kiest dus niet voor de IJsselderby.

PEC – Go Ahead is niet meer zoals vroeger. Met Zwolle wonnen we vaak wel vrij makkelijk van Go Ahead, dan is het toch anders. Wij waren altijd de favoriet, als underdog is de beleving intenser. Go Ahead, waar ik ook gespeeld heb, heeft goede fans hoor, in de Adelaarshorst hangt altijd wel een bijzonder sfeertje.

Je hebt ook een keer in het uitvak van de Adelaarshorst gestaan.

Ik ben een keer met de supporters van PEC meegegaan naar Go Ahead Eagles-uit. In de bus met supporters die al een nachtje doorgehaald hadden, echt een topervaring. Het is toch bijzonder om in zo’n uitvak te staan: Je bent afgezonderd van de rest van het stadion en je voelt de haat.

Je bent dus best betrokken met de fans van de club waar je voor speelt?

Als ik mensen op straat tegenkom maak ik altijd wel een praatje. Die mensen zijn gewoon eerlijk, slecht is slecht en goed is goed. Daar hou ik van. Supporters bepalen uiteindelijk de sfeer en dat gaat en staat met de club. Je hebt wel twee soorten fans, zuurpruimen en mensen die achter hun club blijven staan. Daar zit voor mij wel een groot verschil in. Toen wij met Zwolle heel veel wonnen en we stonden met rust gelijk begonnen mensen te fluiten. Dat is niet realistisch, maar mensen raken toch verwend. Het is ook wel weer begrijpelijk, als winnen een gewoonte begint te worden sluipt dat erin. Maar ik denk dan wel ‘kom op, blijf achter ons staan’. Ik heb wel heel veel respect voor de echte supporter. Mensen die met sjaals en schmink elke week plaatsnemen op de tribune, dat vind ik heel bijzonder. Dat is echt liefde voor de club, die mensen maken het voetbal. Zelf zou ik nooit zo’n supporter kunnen zijn.

Ook tijdens interlandperiodes zitten de supporters op de tribune, want met NEC voetballen jullie door in deze periodes. Vind je dat lekker of had je liever een paar vrije weekenden gehad?
Aan de ene kant is het positief, in die weekenden is er veel aandacht voor de competitie. Aan de andere kant mis je dan wel veel spelers, daar worden clubs mee benadeeld. Als we in dit tempo wedstrijden blijven afwerken zijn we al klaar in maart, ik zie het nut van spelen in de interlandperiodes niet zo.

Over wedstrijden in hoog tempo spelen gesproken. Afgelopen zomer kwam jij terug vanuit Engeland, waar weken met drie wedstrijden eerder regel dan uitzondering zijn. Heb jij er altijd al van gedroomd om daar te spelen?

Ik heb vroeger wel heel veel Match Of The Day gekeken, maar het is niet dat ik per se daarnaar toe wilde. Ik heb nooit een droomland gehad, ik keek als kind al het buitenlandse voetbal. Het was voor mij bepalend dat Reading in de persoon van Jaap Stam een Nederlandse trainer had, anders was ik er nooit heen gegaan. Ik denk dat als Reading een andere trainer had gehad ze nooit interesse in mij zouden hebben getoond.

Hoe was de verstandhouding tussen jou en Stam?

Die was goed. Ik wil niet zeggen dat ik in het veld een verlengstuk van hem was, maar ik wist wel heel goed wat hij wilde, in tegenstelling tot de rest van het team. De andere spelers moesten wel aan hem wennen. Ze hadden in de voorbereiding bijvoorbeeld nog nooit elf tegen elf op de training gedaan. Voor mij was dat heel herkenbaar, voor de andere spelers niet.

Je had dan wel een Nederlandse trainer, maar de kleedkamer is toch echt Engels.

In die kleedkamer heerste echt nog hiërarchie. Als je in de avond een wedstrijd speelde zag je die jeugdspelers in de ochtend onze schoenen poetsen. Het is goed in die zin dat je de hiërarchie houdt tussen het eerste elftal en de academie. Als jeugdspeler werk je dan echt ergens naartoe en je moet het echt verdienen om in het eerste te komen. Hier zijn de grenzen meer vervaagd, de afstand tussen eerste elftal en jeugd is kleiner. Als jeugdspeler moet je toch een beetje timide zijn, je plek kennen. Je moet je plekje echt verdienen en dat is hier in Nederland steeds minder. Op mijn eerste dag was er een jongen van het tweede uit zichzelf bij ons in de kleedkamer komen zitten. Toen kwam captain Paul McShane vragen wie hem daar had neergezet, waarop die jongen reageerde ‘niemand, de stoel was vrij.’ McShane zei hem wie hij wel niet dacht dat hij was en stuurde hem weg uit de kleedkamer. Dat vond ik een eyeopener, dat was in Nederland nooit gebeurd.

Moest jij bij Reading dus ook je plekje verdienen?

Jazeker, niemand kende mij toen ik binnen kwam. Ik vond dat niet erg hoor, ik weet wat ik kan. Die eerste paar dagen ben je alleen maar aan het luisteren en observeren. Wie zit waar, wat is de rangorde? Dat werd heel gauw duidelijk. Het was op het veld ook wel omschakelen. Het tempo en de intensiteit ligt veel hoger dan in Nederland. De eerste keer dat ik daar ging passen en trappen was ik compleet buiten adem.

Wat is het grootste verschil tussen de twee landen?

Dat is een algemene term: de beleving. De mensen daar leven voor het voetbal, zeker in de kleine gehuchten is dat het enige wat ze hebben. Dat gaat natuurlijk terug naar de arbeiderstijd, maar zo is het eigenlijk nog steeds. Het is voor mensen een uitlaatklep, ze ontsnappen dan aan de dagelijkse sleur. Dat merk je aan alles, je proeft het als je zo’n wijk als bij Brentford binnen rijdt. Hier in Nederland speel je toch vaak op een industrieterrein of langs de snelweg, in Engeland is dat vaak anders. Dat stadion van Newcastle bijvoorbeeld, hartstikke groot en midden in het centrum. Bij NEC, in het bos, dat heeft ook nog wel wat. Maar als je dan bijvoorbeeld naar AZ gaat…

Merk je die beleving ook in het stadion?

Ja, de tribunes zitten dicht op het veld en de mensen zijn fel. Je hoort vaak wel wat ze roepen vanaf de tribunes. We speelden eens bij Sheffield Wednesday, op Hillsborough. Daar hoorde je elkaar op het veld gewoon niet, die mensen schreeuwden 90 minuten lang. Op Wembley was het ook ongekend, daar kon je ook niet met elkaar communiceren.

Spelen op Wembley, was dat het hoogtepunt in je Engelse periode?

Dat was de grootste wedstrijd die ik ooit heb gespeeld, nog los van het stadion gevuld met 80.000 man. De druk die op die wedstrijd stond, dat was immens. Op het moment dat ik het veld opliep besefte ik ook dat ik er van moet genieten, spelen op Wembley is voor mij een once-in-a-lifetime. We verloren de wedstrijd en promoveerden daardoor niet naar de Premier League, maar ik heb er toch een goede herinnering aan. Verder was Manchester United-uit top, Newcastle-uit ook en Arsenal had ook een fantastisch stadion.

Je genoot in Engeland, waarom ben je dan teruggekomen naar Nederland?

Ik had nog een contract voor een jaar en de trainer zag het niet in mij zitten. Ik had nog een jaar kunnen blijven en in het tweede kunnen gaan voetballen maar ik wilde ook wel naar huis, ook voor mijn gezin en familie. Ik had mij ook kunnen laten verhuren in Engeland, maar dan moet je ook verhuizen en als ik zou gaan verhuizen, dan was het terug naar Nederland. Ik ben nu dus verhuurd en sta nog onder contract bij Reading, na het seizoen kom ik onder contract bij NEC. Ik kan hier spelen en omdat ik verhuurd ben ontvang ik nog een Reading salaris, een win-winsituatie dus.

En nu ben je dus actief in de Keuken Kampions Divisie, waarvan jij zei dat de competitie ‘leuker is dan de Eredivisie.’ Sta je daar nu nog steeds achter?

Ik sta er in die zin achter dat er heel veel leuke wedstrijden zijn waarin teams aan elkaar gewaagd zijn. Teams spelen aanvallend en het is niet voorzichtig, het levert altijd spektakel op. Soms kijk ik naar de Eredivisie en dan schuiven ze heel behoudend de bal naar elkaar. De wedstrijden tegen beloftenteams kunnen mij gestolen worden, maar die neem je op de koop toe.

Daarnaast is de ‘KKD’ ook de competitie van het vele kunstgras.

Dat is nog steeds wel een probleem. Ik ben blij dat ik bij NEC speel, waardoor ik alle thuiswedstrijden op gras speel. Dat neemt niet weg dat het jammer is, maar dat wist ik toen ik hier tekende. Er zijn hier niet heel veel meer clubs met kunstgras dan in de Eredivisie, dus dat maakt ook niet heel veel uit. Die paar wedstrijden meer op kunstgras kunnen er ook wel bij. Ik hoop wel dat ik de beslissing om kunstgras te verwijderen als voetballer nog mag meemaken.

Merk je het ook lichamelijk?

Absoluut, zeker nu ik Engeland lange tijd alleen maar op goede grasvelden heb gespeeld. Op kunstgras heb je meer spierpijn en je moet langer herstellen. Ook hou je je onbewust toch iets meer in op kunstgras. Ik zeg altijd: je kan net die vijf procent meer op gras dan op kunstgras.

En dan zijn er ook nog de uitwedstrijden in lege stadions tegen de beloftenteams.

Ik speel nog liever op een trainingscomplex dan in een leeg stadion. Jong FC Utrecht uit, dat was echt een dieptepunt. Je voelt totaal geen druk in die wedstrijden, het voelt echt als een oefenwedstrijd. Mijn grootste struikelblok met die beloftenteams is dat het goed is voor die clubs zelf, maar zijn wij aan het opleiden voor de topclubs? Die jongens spelen die wedstrijden zonder druk, ze mogen fouten maken. Als je die jongens nou uitleent, daar worden ze volwassener van en dan leer je echt profvoetballer te worden. Nu wordt alles voor ze geregeld en er is veel minder druk. Dan zie ik die keeper van Jong Ajax ballen inspelen op het middenveld, in een volle Arena zal hij dat echt niet doen hoor. Wij kunnen alleen maar verliezen van die teams, als je dan verliest voelt dat extra zuur. Ik zou het ook heerlijk vinden, tegen volwassen gasten spelen en je kan niks fout doen. Zij kunnen alleen maar winnen, wij alleen maar verliezen. Toch neemt dat niet weg dat wij geen punten hadden moeten verspelen tegen de beloften.

Ze nemen ook weinig tot geen fans mee naar uitwedstrijden. Merk je daar tijdens wedstrijden in De Goffert nog wat van?

Dat is een ander verhaal. Thuis zie je je eigen mensen op de tribune zitten, dus dan is dat niet zo erg.

Maar je geniet toch wel meer van een wedstrijd met een vol uitvak?

Tuurlijk, er hangt dan toch een andere sfeer. Supporters gaan van nature toch tegen elkaar te keer en met een vol uitvak is er die onderlinge strijd.

En wat vind je van de supporters die altijd met jullie mee gaan?

Die zijn trouw, er zitten altijd wel 200 man, soms ook meer. Over hen ben ik vol lof. Soms zie ik samenvattingen van andere clubs met tien uitsupporters. Daar word je niet vrolijk van, maar je kan dan alsnog wel heel veel respect hebben voor de tien die wel zijn gekomen. Wij nemen met NEC voldoende mensen mee en ze laten zich ook altijd horen, ik ben tevreden met ze.

En bij thuiswedstrijden?

Thuis is er ook altijd heel veel sfeer, die gasten zijn altijd aan het zingen en aan het doen. Het was voor mij ook wel een reden om voor NEC te kiezen omdat ik weet dat voetbal hier leeft. Dat kan ook in negatieve zin voorkomen.

Lijdt de sfeer onder de sportieve prestaties?

Het dieptepunt voor mij was tegen TOP Oss, toen waren er sommige fans die ons belachelijk maakten door te juichen als Oss de bal naar elkaar toespeelde en te joelen bij een tegengoal. Je mag als supporter absoluut kritisch zijn en het team uitfluiten, maar spelers belachelijk maken gaat wat mij betreft te ver. En dan wordt van ons verwacht dat wij daarna een rondje gaan lopen om ze te bedanken. Kijk, dat moet je dan doen omdat er ook heel veel zijn die je wel steunen en die mensen wil je niet tegen de borst stuiten. Maar het is best lastig om op zo’n moment een rondje te lopen voor die fans die zo cynisch zijn. Gelukkig is dat maar één keer gebeurd en het ligt natuurlijk ook aan wat wij als spelers laten zien, dat bepaalt ook de sfeer in het stadion. Als de mensen erachter gaan staan halen wij daar heel veel kracht uit. Wij kunnen echt een twaalfde man creëren en met de steun van de fans kunnen wij wedstrijden over de streep te trekken.

Wat is nu nog het doel voor de rest van het seizoen?

Wij willen naar boven toe, we moeten voor de play-offs gaan. Dat is nu het belangrijkste, focus op de play-offs. In het begin van het seizoen spraken we hier over een kampioenschap, maar dat is nu niet reëel. We moeten ons concentreren op progressie in het team en we moeten zoveel mogelijk winnen. Er gaan nog veel verrassende uitslagen komen en wij moeten zorgen dat we constanter worden. Het zat ook niet mee de eerste seizoenshelft, hopelijk zit na de winterstop wel.

Als je de naam Joey van den Berg invult op Google verschijnen er enkele suggesties van zoekresultaten. Wij legden deze suggesties aan hem voor.

Salaris – Speelt geld een belangrijke rol bij het kiezen voor een club?

Toen ik naar Engeland ging vond ik het wel belangrijk dat het salaris de moeite waard was. Ik had net een huis gekocht, dus ik heb een hypotheek af te lossen. Ze betaalden veel meer dan bij Heerenveen, dus dat zat wel goed. En dan zat ik nog bij een club die in de Championship niet tot de big spenders behoorde. Volgend jaar moeten ik qua salaris een stapje terug doen, maar dat is niet erg. Ik probeer dit jaar al op het salaris van volgend jaar te leven. Het is toch wel moeilijk, teruggaan in salaris. Tot nu toe ben ik altijd omhoog gegaan qua salaris. Geld maakt dingen makkelijker en je moet er als prof wel zoveel mogelijk uithalen omdat het straks over is. Toch is geld nooit leidend voor mij. Ik ga niet twee jaar in de zandbak spelen om nog wat geld binnen te harken.

Weddenschap – Je staat nu al quitte, heb je al spijt van de weddenschap met verslaggever Cristian Willaert?

Nee, dat maakt mij geen reet uit. Je moet het allemaal een beetje luchtig houden, leuk dat zo’n weddenschap met een verslaggever kan. Er moet alleen niet de nadruk op komen te liggen, dat er heisa wordt gemaakt bij elke kaart die ik pak. Soms ga je mee in het moment, het was een beetje voor de lol. Ik wist dat ik voldoende kaarten ging pakken dus voor de winst hoefde ik het niet te doen.

Kaarten – Je pakt aardig wat kaarten, ben jij zo’n gemene speler?

Nee, helemaal niet. Ik speel alleen op een positie waarbij je af en toe een kaart moet pakken. In Nederland hebben we een slecht kaartensysteem, je wordt veel te snel geschorst. In het buitenland wordt je geschorst na elke vijf kaarten, dus na je vijfde, tiende, vijftiende etc. Ik vind dat een veel beter systeem, los van het feit dat ik daar zelf dan profijt van zou hebben. Soms is het ook nodig om een kaart te pakken. Vier van de gele kaarten die ik heb gehad zijn wel terecht, daar zeg ik dan ook niks over. Alleen de rode kaart bij Den Bosch, daar ben ik het nog steeds niet mee eens.

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *